MeijsNatuurBoeken

Specialist in wilde flora en fauna

Details

In winkelwagen plaatsen
TitelDe Nederlandse Zweefvliegen (Diptera: Syrphidae), Nederlandse fauna 8
AuteursReemer, Menno e.a.;
Uitgever 
Prijs € 49,95
TaalNederlands;
Jaar van uitgifte2009 april
ISBN978-90-5011-290-1
450 pagina′s

In Nederland leven voor zover bekend 328 soorten zweefvliegen. Ze zijn meestal fraai gekleurd en vaak lijken ze op wespen, hommels of bijen. Steken kunnen ze echter niet: het zijn ongevaarlijke bloembezoekers die leven van nectar en stuifmeel. De Nederlandse zweefvliegen presenteert ze allemaal.

  • Voor het eerst alle kennis over de Nederlandse zweefvliegen bijeen in een boek
  • Inleidende hoofdstukken over de biologie van zweefvliegen en het bestuderen ervan
  • Per soort een beschrijving van leefwijze en voorkomen in Nederland
  • Per soort een verspreidingskaart en een vliegtij diagram
  • Rijk geïllustreerd met 45 prachtige kleuren aquarellen en meer dan 200 foto's
  • In samenwerking met Naturalis
Zweefvliegen zijn vliegkunstenaars.. Stilhangen als een helikopter, achteruit vliegen, paren in de vlucht, migreren over zee naar Spitsbergen… Zweefvliegen draaien er hun poot niet voor om. Wie er oog voor heeft kent deze diertjes wel, want ze komen in elke tuin voor. Ze herkennen valt niet altijd mee, want sommige soorten lijken sterk op wespen, bijen of hommels. Zweefvliegen kunnen echter niet steken. Hun uiterlijke variatie is indrukwekkend: van de kleine, slanke vliegende speld tot de grote, bolle hommelreus. Al 200 jaar mogen zweefvliegen zich verheugen in de belangstelling van Nederlandse onderzoekers. Gedurende de afgelopen tien jaar was deze belangstelling extra intensief door een landelijk inventarisatieproject. Meer dan 400 vrijwilligers verzamelden gegevens over zweefvliegen in alle uithoeken van Nederland. Deze kennis is nu gebundeld in dit boek. Dankzij dit boek weten we dat er 328 soorten zweefvliegen in Nederland gevonden zijn. We weten dat sommige soorten beperkt zijn tot de noordelijke provincies, terwijl andere alleen in Zuid-Limburg voorkomen. We weten dat de ene soort van dennenbossen houdt en de andere van laagveenmoerassen. We weten dat de vermiljoenzweefvlieg en het piemelkrieltje uit Nederland verdwenen zijn, maar dat het goed gaat met het tuingitje en de pluimwoudzwever. We weten dat de bevolking van de laagvenen internationaal zeer bijzonder is en dat de bossoorten geschikt zijn als bio-indicatoren. Al deze kennis maakt het mogelijk om gegevens over zweefvliegen te gebruiken in natuurbeleid en –beheer.